Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2

Artikel 2.5

Kwaliteitseisen

Onderdeel van Verordening jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning Wageningen 2019

1.. Aanbieders zorgen voor een goede kwaliteit van voorzieningen, eisen met betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten daaronder begrepen, door: a.. het afstemmen van voorzieningen op de persoonlijke situatie van de cliënt b.. het afstemmen van de voorzieningen aan de wensen, behoeften en specificaties van de cliënt; c.. het afstemmen van voorzieningen op andere vormen van hulp en ondersteuning; d.. erop toe te zien dat beroepskrachten tijdens hun werkzaamheden in het kader van het leveren van voorzieningen handelen in overeenstemming met de professionele standaard; e.. het zoveel en waar mogelijk betrekken van het netwerk van de cliënt bij de ondersteuning. De aanbieder sluit aan bij het uitgangspunt 1 gezin – 1 plan – 1 regisseur. f.. voor zover van toepassing, erop toe te zien dat de kwaliteit van de voorzieningen en de deskundigheid van beroepskrachten tenminste voldoen aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor de in de toepasselijke sector erkende keurmerken g.. het zich houden aan de verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling, de meldplicht calamiteiten en de meldplicht geweld bij het verlenen van hulp en ondersteuning en het meldpunt discriminatie en pesten in voorkomende gevallen gebruiken. h.. het voeren van een vastgelegd privacybeleid en het conformeren aan de eisen omtrent gegevensverwerking (privacy en toestemming) zoals opgenomen in de Wmo 2015 hoofdstuk 5 en de Jeugdwet hoofdstuk 7 en de Wet bescherming persoonsgegevens. i.. het vervullen van een actieve signalerende functie ten aanzien van de gezondheidssituatie, de leefomstandigheden en de sociale omgeving van de cliënt. j.. het beschikken over professionele vaardigheden en kennis met betrekking tot de aanpak van kindermishandeling bij de hulp en ondersteuning aan jeugdigen. Hierbij geldt de door het NJi opgestelde “Competenties in relatie tot de aanpak van kindermishandeling”, als leidraad. k.. het gebruik maken van de verwijsindex risicojongeren (VIR), indien van toepassing. l.. het zorgdragen voor een goede doorgaande zorglijn van 18- naar 18+. Zij starten, samen met de jeugdige, op 16 jarige leeftijd met het maken van een toekomstplan. Netwerkondersteuning en een overdracht naar eventuele andere hulpverlening maakt nadrukkelijk onderdeel uit van het toekomstplan. 2.. Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de naleving van deze eisen door periodieke overleggen met de aanbieders, een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek en het zo nodig in overleg met de cliënt ter plaatse controleren van de geleverde voorzieningen. Toelichting Dit artikel betreft een uitwerking van de verordeningsplicht in artikel 2.1.3, tweede lid, onder c, van de Wmo 2015, waarin is bepaald dat in de verordening in ieder geval wordt bepaald welke eisen worden gesteld aan de kwaliteit van voorzieningen, eisen met betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten daaronder begrepen. De regering legt de verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van voorzieningen bij de gemeente en de aanbieder. In de ‘kaders voor de verordening 3D’ is besloten om aanvullende kwaliteitseisen op te leggen. Voor de jeugdhulp zijn kwaliteitseisen opgenomen in de Jeugdwet waarbij de gemeente aanvullende kwaliteitseisen stellen. Dit artikel is daarom ook van toepassing voor de jeugdhulp. De aanvullende kwaliteitseisen zijn gebaseerd op de eisen bij de inkoop van de maatwerk en individuele voorzieningen. De kwaliteitseisen zijn ook van toepassing op aanbieders die via pgb hulp en ondersteuning bieden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel