1. De werkgever wijst de functies aan waarbij het dragen van dienstkleding vanwege veiligheid of representatie verplicht is.
2. De werkgever kan aan de werknemer voor de duur van bepaalde werkzaamheden of in andere incidentele gevallen, kledingstukken verstrekken uit de voorraad kledingstukken voor algemeen gebruik waarover wordt beschikt (zoals werkhandschoenen, helmen, wegwerpoveralls, oordoppen of oogkappen).
3. De werknemer is verplicht de aanwijzingen op te volgen, welke de werkgever geeft met betrekking tot het in het tweede lid genoemde kledingstukken.
4. Indien naar het oordeel van de werkgever (i.c. de afdeling BMO / taakveld P&O) een beeldscherm- of veiligheidsbril met glazen op sterkte noodzakelijk is, wordt deze aan de werknemer verstrekt.