Naar hoofdinhoud
1.. In afwijking van artikel 4 lid 2 van deze beleidsregels besluit het college ambtshalve dan wel op schriftelijk verzoek van een belanghebbende tot kwijtschelding van de (resterende) vordering, niet zijnde een fraudevordering, als de belanghebbende: gedurende 90 al dan niet aaneensloten maandtermijnen volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan; of gedurende 90 aaneengesloten maanden niet volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan, maar het achterstallige bedrag over die periode, vermeerderd met de eventueel daarover verschuldigde wettelijke rente en de op de invordering betrekking hebbende kosten, alsnog heeft betaald; of een bedrag, overeenkomend met ten minste 75% van de restsom, vermeerderd met de daarover eventueel verschuldigde wettelijke rente en de op de invordering betrekking hebbende kosten, in één keer betaalt waarbij de betalingstermijn van zes weken als bedoeld in artikel 4:87 Awb moet zijn verstreken en reeds is aangevangen met aflossing conform de vastgestelde aflossingsverplichtingen. 2.. Voor de in het voorgaande lid genoemde termijn van 90 maanden moet 60 maanden worden gelezen als het gemiddelde inkomen van de belanghebbende in die periode de beslagvrije voet als bedoeld in artikel 475d Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering niet te boven is gegaan, waarbij voor het in dat artikel telkens vermelde percentage van 90% gelezen moet worden: 95%.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel