Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3 › Paragraaf 3.1

Artikel 9.

Aflossingscapaciteit bij belanghebbenden met een uitkering

Onderdeel van Besluit van burgemeester en wethouders van de gemeente Barneveld tot vaststelling van de Beleidsregels terugvordering PW, IOAW/IOAZ en Bbz gemeente Barneveld

1.. Als belanghebbende een uitkering ontvangt als bedoeld in deze regeling wordt de maandelijkse aflossingscapaciteit voor zowel vorderingen als leningen vastgesteld op 5% van de toepasselijke bijstandsnorm voor zover uit een berekening van de beslagvrije voet geen afwijkend percentage voortvloeit. 2.. In geval van beslaglegging op de uitkering door een derde wordt de door de beslagleggende partij gehanteerde beslagvrije voet toegepast voor zover daardoor sprake is van een hogere aflossingscapaciteit dan voortvloeit uit het eerste lid. 3.. Voor jongeren in de leeftijd van 18, 19 en 20 jaar wordt voor de toepasselijke bijstandsnorm als bedoeld in lid 1 een eventuele verhoging van de jongerennorm met bijzondere bijstand op grond van artikel 12 PW buiten beschouwing gelaten. 4.. Bij verblijf in een inrichting in de zin van artikel 1 onder f PW is bij de toepasselijke bijstandsnorm als bedoeld in lid 1 tevens begrepen de verhoging als bedoeld in artikel 23 lid 2 PW.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel