Kwijtschelding als bedoeld in deze paragraaf vindt niet plaats als sprake is van:

  • - fraudevorderingen ten gevolge van recidive;
  • - vorderingen voortvloeiende uit opgelegde boeten;
  • - vorderingen voortvloeiende uit afstemmingen (maatregelen);
  • - terugvorderingen krachtens het Burgerlijk Wetboek van onverschuldigde betalingen;
  • - op grond van het Bbz 2004 als lening verstrekt bedrijfskapitaal respectievelijk teruggevorderde kosten van verstrekt bedrijfskapitaal;
  • - vorderingen die in handen van een deurwaarder zijn gegeven of;
  • - vorderingen en leningen die door pand of hypotheek zijn gedekt.