Om sturing te kunnen geven aan toezicht en handhaving is het nodig om te weten wat de effecten van overtredingen en de kansen op overtredingen zijn. Hiervoor is het nodig om inzicht te verkrijgen in het naleefgedrag, de risico’s en het bestuurlijk gewicht daarvan. Deze probleemanalyse geeft hierin inzicht.
Naleefgedrag
Het naleefgedrag wordt ook wel gedefinieerd als gedragsrisico.
Gedragsrisico
Bij welke bedrijven, doelgroepen, branches, gebieden of thema’s bestaat een grote kans op overtredingen van de regels.
Uit de handhavingsjaarverslagen van voorgaande jaren van de afzonderlijke gemeenten en uit het jaar 2018 in Waadhoeke blijkt niet direct dat er grote omgevingsproblemen binnen de gemeentegrenzen zijn. Er zijn wel probleemgebieden die aandacht behoeven, zoals (illegale)verwijdering van asbest, illegale schuurtjes en bijgebouwen, illegale bewoning, aanpak drugspanden en arbeidsmigranten. Elk taakveld kent verder zijn eigen aandachtspunten en deze kunnen met het bepalen van de prioriteiten voor elk jaar worden meegenomen.
Risico’s
Het is wenselijk om de risico’s op overtredingen in beeld te brengen. Op basis hiervan kunnen personele capaciteit en andere middelen voor vergunningverlening, toezicht en handhaving effectief ingezet worden. De risicoanalyse wordt integraal uitgevoerd voor de belangrijkste taken en relevante activiteiten.
Tot slot zijn voor bepaalde activiteiten gedetailleerdere risicoanalyses beschikbaar. Een voorbeeld hiervan is een specifieke risicoanalyse voor milieu-inrichtingen. De bedrijven met een hogere milieubelasting worden vaker en intensiever gecontroleerd dan bedrijven met een lagere milieubelasting.
Klachten en meldingen
De indiener van een klacht of een melding verwacht van de gemeente dat zij toezicht gaat houden. Het oordeel over de gemeente door de buitenwereld wordt in grote mate bepaald door de manier waarop met klachten en meldingen wordt omgegaan. Klachten en meldingen moeten daarom met zorg behandeld worden. Tegelijkertijd legt de afhandeling ervan een fors beslag op de beschikbare tijd. De inzet van toezicht en handhaving wordt dan ook gepleegd op excessen of het voorkomen van excessen, en waar sprake is van gezondheidsrisico’s of gevaar voor mens of milieu. In 2018 zijn 485 verzoeken, meldingen en klachten geregistreerd. Voorbeelden hiervan zijn blaffende honden, geluidsoverlast, stankoverlast, rommelerven, overlast door grond- en mestbulten, illegale bouw, parkeren, enz. De aard, omvang en tijdsbeslag laat zich moeilijk voorspellen en plannen.
Handhavingsverzoeken
In 2018 zijn 34 handhavingsverzoeken bij de gemeente Waadhoeke binnengekomen, van deze verzoeken hadden er 15 betrekking op huisvesting van arbeidsmigranten.
Benodigde capaciteit voor toezicht en handhaving
In onderstaande tabel staat een inschatting van de omvang van de werkzaamheden (op basis van de ervaringscijfers van 2018) en het aantal FTE wat daarvoor benodigd en beschikbaar is.
Type controle
Aantal
Benodigde uren
Oplevering Bouw totaal:
<100.000:
100.000-1.000.000:
>1.000.000:
383
337
38
8
2.696
785
413
Slopen
100
400
Reclame
2
8
Monumenten
19
152
Aanleg
3
12
Kap
23
46
Brandveilig gebruik
34
202
Evenementen
20
60
Handhavingsverzoeken
15
180
Klachten en meldingen (met name Apv)
300
1200
Projecten 4 Projecten kunnen bestaan uit zaken die lokaal spelen, voorbeeldprojecten uit het verleden zijn schuilstallen, rotte kiezen etc.
n.v.t.
1.000
Totaal
7.154
Aantal FTE benodigd 5 Uitgaande van 1362 productieve uren per jaar.
5,25
Aantal FTE beschikbaar
4,84 6 Indien de formatie uit de personele schouw wordt toegekend.
Tabel 6: benodigde en beschikbare capaciteit
Naast het aantal beschikbare FTE’s voor toezicht is er 1,44 FTE beschikbaar voor de juridische afhandeling van handhavingszaken en juridische ondersteuning van de toezichthouders.
Op basis van de bovenstaande berekening komt het aantal benodigde FTE niet overeen met het aantal FTE dat beschikbaar is. Dit betekent dat er minder inzet gepleegd kan worden op projecten. Overigens moet de kanttekening geplaatst worden dat de omvang van de werkvoorraad een inschatting is en hierbij geen rekening is gehouden met eventuele landelijk ‘incident gestuurde’ inventarisaties.
Hoofdstuk 2.
Artikel 3.3.2