**1..** Het bestuur stelt de begroting vast in het jaar voorafgaande aan dat waarvoor zij dient. In afwijking van artikel 12, eerste lid, wordt de begroting bij drie vierde meerderheid vastgesteld. Het bestuur streeft naar consensus bij de vaststelling van de begroting.
**2..** Het bestuur zendt de begroting binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 1 augustus van het jaar voorafgaande aan het jaar waarop de begroting betrekking heeft, aan gedeputeerde staten.
**3..** Het bestuur zendt, zo nodig, de begroting aan de vertegenwoordigende organen van de deelnemers, die ter zake bij gedeputeerde staten hun zienswijzen naar voren kunnen brengen.
**4..** Besluiten tot wijziging van de begroting kunnen tot uiterlijk het eind van het desbetreffende begrotingsjaar worden genomen.
**5..** Op besluiten tot wijziging van de begroting zijn van overeenkomstige toepassing:
het eerste lid, met uitzondering van de eerste volzin;
het tweede lid, met dien verstande dat de wijziging niet voor 1 augustus van het jaar voorafgaande aan het jaar waarop de begroting betrekking heeft aan gedeputeerde staten hoeft te worden gezonden, en
Het derde lid, met uitzondering van die wijzigingen waarbij geen verandering wordt gebracht in de bijdragen van de deelnemers.
Hoofdstuk 5: › Paragraaf
Artikel 45:
Vaststelling begroting
Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht 2020