Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5: › Paragraaf

Artikel 46:

Jaarrekening en jaarverslag

Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht 2020

1.. Het bestuur legt over elk begrotingsjaar verantwoording af aan de colleges over het door hem gevoerde bestuur, onder overlegging van de jaarrekening en het jaarverslag. 2.. De in het eerste lid bedoelde stukken liggen, zodra zij aan het bestuur zijn overgelegd, voor een ieder ter inzage en zijn algemeen verkrijgbaar. Van de terinzagelegging en de verkrijgbaarstelling wordt openbaar kennis gegeven. Het bestuur beraadslaagt over de jaarrekening en het jaarverslag niet eerder dan twee weken na de openbare kennisgeving. 3.. Het bestuur stelt de jaarrekening en het jaarverslag vast in het jaar volgende op het jaar waarop ze betrekking hebben. De jaarrekening betreft alle baten en lasten van het samenwerkingsverband. 4.. Het bestuur zendt voor 15 april van het jaar na afloop van dat waarvoor de jaarrekening dient, de voorlopige jaarrekening aan de vertegenwoordigende organen. 5.. Het bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 juli van het jaar volgende op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft, aan gedeputeerde staten.

Rechtspraak bij dit artikel