Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5: › Hoofdstuk 6:

Artikel 49a

Procedure voor vaststelling uittredingsplan

Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht 2020

Wanneer toepassing wordt gegeven aan artikel 49, vierde lid, stelt het bestuur het uittredingsplan vast. De in het uittredingsplan omschreven financiële verplichtingen zijn voor de uittredende deelnemer bindend. Het uittredingsplan bepaalt met inachtneming van het bepaalde in deze regeling de systematiek voor de berekening van de financiële gevolgen van de uittreding te betalen door de uittredende deelnemer. Het uittredingsplan bevat een voorlopige berekening van de financiële gevolgen van de uittreding, te betalen door de uittredende deelnemer, hierna te noemen: de voorlopige uittreedsom. Ten minste acht maanden voorafgaand aan het moment van uittreding, stelt het bestuur het voorlopige uittredingsplan en de voorlopige uittreedsom vast. Het bestuur baseert de berekening van de voorlopige uittreedsom op de systematiek als bedoeld in het tweede lid en op de jaarrekening van het meest recent verstreken boekjaar. Uiterlijk zes maanden voorafgaand aan het moment van uittreding, stelt het bestuur het definitieve uittredingsplan en de definitieve uittreedsom vast. Het bestuur baseert de berekening van de definitieve uittreedsom op de systematiek als bedoeld in het tweede lid en op de jaarrekening van het meest recent verstreken begrotingsjaar. Nadat het uittredingsplan is vastgesteld is de uittredende deelnemer gehouden om binnen zes maanden de daarin voor hem omschreven financiële verplichtingen aan het samenwerkingsverband te voldoen. De kosten van het opstellen van het uittredingsplan komen voor rekening van de deelnemer die het voornemen heeft om uit te treden. De leden van het bestuur kunnen het uittredingsplan op de voor hen gebruikelijke wijze voor consultatie toezenden aan hun vertegenwoordigend orgaan. De ondernemingsraad van het samenwerkingsverband wordt in de gelegenheid gesteld om advies uit te brengen over de personele en organisatorische gevolgen die voortvloeien uit het uittredingsplan, overeenkomstig de bepalingen in de Wet op de ondernemingsraden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel