**1..** Aan het bestuur van het lichaam worden ter behartiging van de in artikel 3 genoemde belang en ter verwezenlijking van de in artikel 4 omschreven taken alle bevoegdheden -met uitzondering van de verordenende bevoegdheid- toegekend welke op grond van de Wet milieubeheer toebehoren aan de bestuursorganen van de deelnemende gemeenten, evenals alle bevoegdheden van regeling en bestuur voortvloeiende uit de Wgr en de Gemeentewet - met uitzondering van de bevoegdheid andere belastingen te heffen dan bedoeld in artikel 229- en voorts met inachtneming van de beperkingen daarin gesteld en met inachtneming van hetgeen in deze regeling verder is bepaald.
**2..** Onder de in het eerste lid bedoelde bevoegdheden worden in ieder geval verstaan:
- - besluiten tot het oprichten van en deelnemen in rechtspersonen, voor zover dit past binnen het in artikel 3 gestelde belang;
- - besluiten tot het aangaan van overeenkomsten als bedoeld in artikel 3;
- - besluiten tot het aangaan van overeenkomsten met derden, niet zijnde deelnemers aan de regeling, tot het verrichten van adviserende, ondersteunende en uitvoerende werkzaamheden op het gebied van milieubeheer
- - het ten behoeve van de deelnemers inzamelen, voor zover het lichaam daartoe is aangewezen, en verwerken van afvalstoffen als bedoeld in de artikelen 10.21 en 10.22 Wet milieubeheer.