1.1 De aanvraag dient te bevatten het aanvraagformulier voor de gehandicaptenvoorziening en een verklaring van de medisch specialist waaruit blijkt dat de aanvrager ten gevolge van een aandoening of gebrek een aantoonbare loopbeperking van langdurige aard heeft.
1.1.1 In gevallen waar sprake is van aantoonbare ernstige beperkingen, anders dan loopbeperkingen, ten gevolge van een aandoening of gebrek, kan een gehandicaptenparkeerplaats worden toegekend. Dit kan ondermeer bij:
- incontinentie;
- longproblemen;
- aanwezigheid van medische apparatuur;
- angststoornissen voor parkeren in een garage.
Dit wordt getoetst door de adviserend arts van de Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn
1.2 Voor een individuele gehandicaptenparkeerplaats ten behoeve van bestuurders kunnen in aanmerking komen bestuurders van motorvoertuigen op meer dan twee wielen, brommobielen en gehandicaptenvoertuigen, welke in het bezit zijn van een Europese gehandicaptenparkeerkaart dan wel een gehandicaptenparkeerkaart op basis van de Regeling gehandicaptenparkeerkaart Haaglanden.
1.3 De aanvrager dient niet te (kunnen) beschikken over parkeergelegenheid op eigen terrein zoals bedoeld in onderdeel 5 met dien verstande dat de parkeergelegenheid op eigen terrein zich niet verder van de woning van de aanvrager bevindt dan de maximaal, middels een medische beoordeling als bedoeld in artikel 3.1, vastgestelde loopafstand.
1.4 De aanvrager kan blijkens de uitkomst van het verkeerstechnisch onderzoek zoals omschreven in onderdeel 4 van deze beleidsregels, niet beschikken over voldoende parkeergelegenheid binnen de maximaal, middels een medische beoordeling als bedoeld in artikel 3.1, vastgestelde loopafstand.
1.5 Een individuele gehandicaptenparkeerplaats ten behoeve van bestuurders wordt gerealiseerd door plaatsing van bord E6 van bijlage 1 van het RVV met een onderbord waarop maximaal één kenteken staat vermeld van het motorvoertuig van de aanvrager. Het kenteken van de individuele gehandicaptenparkeerplaats dient, indien men in het bezit is van een BVG-vergunning hiermee te corresponderen.
1.6 Voor individuele gehandicaptenparkeerplaatsen ten behoeve van bestuurders die aangelegd worden op een particulier terrein heeft de gemeente Den Haag vooraf toestemming nodig van de eigenaar van het terrein waarop de gehandicaptenparkeerplaats gerealiseerd dient te worden.
1.7 Voor toewijzing van een individuele gehandicaptenparkeerplaats ten behoeve van bestuurders dient de aanvrager eigenaar te zijn van een motorvoertuig.
1.8 Voor toewijzing van een individuele gehandicaptenparkeerplaats ten behoeve van bestuurders dient de aanvrager, indien hij geen eigenaar is van het motorvoertuig waarvoor hij de aanvraag doet, een verklaring te overleggen waaruit blijkt dat het motorvoertuig wordt gehuurd of geleasd.
Artikel 1
Individuele gehandicaptenparkeerplaats ten behoeve van bestuurders nabij woning/werk (artikel 12 BABW)
Onderdeel van De beleidsregels gehandicaptenparkeren 2012