2.1 De aanvraag dient te bevatten het aanvraagformulier voor de gehandicaptenvoorziening en een verklaring van de medisch specialist waaruit blijkt dat de aanvrager ten gevolge van een aandoening of gebrek een aantoonbare loopbeperking van langdurige aard heeft.
2.1.1 In gevallen waar sprake is van aantoonbare ernstige beperkingen, anders dan loopbeperkingen, ten gevolge van een aandoening of gebrek, kan een gehandicaptenparkeerplaats worden toegekend. Dit kan ondermeer bij:
- incontinentie;
- longproblemen;
- aanwezigheid van medische apparatuur;
- angststoornissen voor parkeren in een garage.
Dit wordt getoetst door de adviserend arts van de Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn
2.2 Voor een individuele gehandicaptenparkeerplaats ten behoeve van passagiers kunnen in aanmerking komen personen die in het bezit zijn van een Europese gehandicaptenparkeerkaart voor passagiers.
2.3 De aanvrager van een individuele gehandicaptenparkeerplaats ten behoeve van passagiers beschikt NIET dan wel kan niet beschikken over een hulpmiddel waarbij gedacht kan worden aan een rolstoel of duwwagen waarmee de afstand tussen het woonhuis en het voertuig kan worden overbrugd, tenzij er sprake is van zwaarwegende sociaal-medische gronden op basis waarvan een individuele gehandicaptenparkeerplaats alsnog kan worden toegekend. Deze gronden worden getoetst door de adviserend arts van de Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn.
2.4 De aanvrager dient niet te (kunnen) beschikken over parkeergelegenheid op eigen terrein zoals bedoeld in artikel 5.1 met dien verstande dat de parkeergelegenheid op eigen terrein zich niet verder van de woning van de aanvrager bevindt dan de maximaal, middels een medische beoordeling als bedoeld in artikel 3.1, vastgestelde loopafstand.
2.5 De aanvrager kan blijkens de uitkomst van het verkeerstechnisch onderzoek zoals omschreven in onderdeel 4 van deze beleidsregels, niet beschikken over voldoende parkeergelegenheid binnen de maximaal, middels een medische beoordeling als bedoeld in artikel 3.1, vastgestelde loopafstand.
2.6 Voor toewijzing van een individuele gehandicaptenparkeerplaats ten behoeve van passagiers dient de aanvrager een huisgenoot te hebben welke in het bezit is van een in Nederland geldig rijbewijs.
2.7 De aanvrager dan wel een huisgenoot dient eigenaar te zijn van een motorvoertuig waarmee de aanvrager door een huisgenoot wordt vervoerd.
2.8 Een individuele gehandicaptenparkeerplaats ten behoeve van passagiers wordt gerealiseerd door plaatsing van bord E6 van bijlage 1 van het RVV met een onderbord waarop maximaal één kenteken staat vermeld van het motorvoertuig van de aanvrager zelf of van een huisgenoot.
2.9 Voor individuele gehandicaptenparkeerplaatsen ten behoeve van passagiers die aangelegd worden op een particulier terrein heeft de gemeente Den Haag vooraf toestemming nodig van de eigenaar van het terrein waarop de gehandicaptenparkeerplaats gerealiseerd dient te worden.
2.10 Indien een aanvrager in het bezit is van zowel een gehandicaptenparkeerkaart voor bestuurders als voor passagiers, wordt de aanvraag beoordeeld als aanvraag voor een gehandicaptenparkeerplaats voor bestuurder.
Artikel 2
Individuele gehandicaptenparkeerplaats ten behoeve van passagiers nabij woning/werk
Onderdeel van De beleidsregels gehandicaptenparkeren 2012