Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Vergoeding woon-werkverkeer

Onderdeel van Regeling tegemoetkoming reiskosten woon-werkverkeer en dienstreizen 2020

De medewerker die buiten de gemeente Dronten zijn woonadres heeft, kan naar eigen keuze aanspraak maken op een van de volgende vergoedingen: Een motorvoertuigen vergoeding als bedoeld in lid 2; of Verstrekking van een openbaar vervoerskaart. De gemeente Dronten geeft een reiskostenvergoeding woon-werkverkeer, gebaseerd op de richtlijnen van de belastingdienst met een maximale vergoeding zoals uitgewerkt in bijlage 1. De reiskostenvergoeding wordt naar rato van het aantal reisdagen aangepast. Indien de medewerker gebruik maakt van een openbaar vervoerskaart als bedoeld in artikel 4 lid 1 onder b, bestaat er geen recht op een motorvoertuigen vergoeding en vice versa. Dit geldt voor zowel incidentele als structurele reizen woon-werkverkeer. De medewerker is verplicht onverwijld elke wijziging, die gevolgen heeft op de hoogte van de vergoeding, middels het systeem voor E-HRM door te geven aan de werkgever. De medewerker maakt de keuze, vernoemd in lid 1 van dit artikel, bij indiensttreding kenbaar en kan, indien gewenst, deze keuze jaarlijks eenmalig herzien. Deze wijziging gaat in met ingang van de eerste van de maand volgend op de maand van de wijziging, mits deze voor de 8ste van de maand is ingediend. Het verrichten van piketdiensten door de medewerkers van de gemeente Dronten heeft geen consequenties voor de (hoogte) van de motorvoertuigen vergoeding. De motorvoertuigen vergoeding wordt maandelijks uitbetaald. De medewerker ontvangt in het kader van het woon-werkverkeer geen vergoeding voor parkeer- en stallingskosten.

Rechtspraak bij dit artikel