Naar hoofdinhoud
In de Omgevingswet wordt niet meer, zoals in de Wro, gesproken over het verhalen van de kosten van grondexploitatie, maar over kostenverhaal. De Omgevingswet is in 2016 aanvaard door het parlement. In een later stadium van het wetgevingsproces (Invoeringswet, Aanvullingswetten) is ervoor gekozen de regeling over het kostenverhaal substantieel te wijzigen. Op 1 februari 2019 heeft de regering het wetsvoorstel Aanvullingswet grondeigendom (Awg) naar de Tweede Kamer gestuurd. Dat voorstel handelt onder meer over onteigening, voorkeursrechten en bevat ook een deel over de kostenverhaalsregeling. Dat deel dient dus ter vervanging van de kostenverhaalsregeling zoals die in de aanvaarde Omgevingswet is opgenomen. Deze regeling heeft twee modellen voor kostenverhaal: een model voor integrale en een model voor organische gebiedsontwikkeling. Het model voor integrale gebiedsontwikkeling wijkt niet principieel af van de regeling zoals de Wro die kent in de afdeling Grondexploitatie. Er zijn wel wijzigingen, maar deze leiden niet tot wijziging van kostenverhaalsbeleid voor de gemeente. De gemeentelijke voorkeur voor het aangaan van anterieure overeenkomsten blijft bestaan. De wettelijke situatie blijft namelijk zo dat, als het kostenverhaal voor het hele gebied ( het gebied met aangewezen bouwplannen en aanpassingen van de openbare ruimte) anderszins verzekerd is, de gemeente niet verplicht (overigens wel bevoegd) is het publiekrechtelijk kostenverhaal toe te passen. Het model voor organische gebiedsontwikkeling wijkt wel principieel af. Onder de Wro en onder het integrale model van de Awg geldt het principe van de zogenaamde macro-aftopping. Dat betekent dat als er in een exploitatieplan meer kosten dan opbrengsten zijn geraamd, de gemeente niet méér kosten kan verhalen dan het niveau van de opbrengsten toelaat. Een eventueel tekort is voor rekening van de gemeente. Voor de toepassing van het organische model geldt dit niet op het niveau van het hele gebied, maar per bouwactiviteit. Dan is ook niet de term ‘macro-aftopping’ aan de orde, maar de term ‘waardevermeerderingstoets’. Zodra een kostenverhaalsbeschikking wordt aangevraagd voor een activiteit moet de gemeente, als ze besloten heeft het organische model toe te passen, toetsen of de waardevermeerdering van de gronden, waarover de bouwactiviteit zich uitstrekt, voldoende is om de gehele berekende kostenverhaalsbijdrage te betalen. Is dat niet voldoende, dan wordt slechts een deel van de bijdrage betaald. Als de waardevermeerdering nul of negatief 3 Want in beginsel kan er ook sprake zijn van een waardevermindering. is, wordt niets betaald. De gemeente heeft echter wel kosten. In het organische model mogen alleen de publieke kosten worden verhaald: de kosten van openbare voorzieningen, gemeentelijke plankosten en de eventuele kosten van nadeelcompensatie. Omdat dit per bouwactiviteit wordt bezien en niet voor het gehele kostenverhaalsgebied, kan de toepassing van het organische model een andere uitkomst van het totaalbedrag (van alle bouwactiviteiten bij elkaar) te zien geven dan bij de toepassing van het integrale model. Van het effect van binnenplanse verevening is daardoor in mindere mate sprake dan bij het integrale model. In sommige gevallen kan het tekort dat voor rekening van de gemeente komt bij het organische model groter zijn dan bij het integrale model. Beleidsregel 14: Omdat bij toepassing van het organische model het tekort voor gemeentelijke rekening groter kan zijn dan bij het integrale model past de gemeente niet zonder meer het organische model toe bij organische ontwikkelingen, maar behoudt zij zich de vrijheid voor het integrale model toe te passen. Het heeft er op geleken dat de mogelijkheid om in anterieure overeenkomsten financiële bijdragen aan ruimtelijke ontwikkelingen op te nemen zou vervallen in de Omgevingswet. Maar op 22 maart 2019 heeft de Minister een Nota van wijziging op het voorstel van de Awg naar de Tweede Kamer gestuurd. Daarin wordt voorgesteld in de Omgevingswet een vergelijkbare regeling op te nemen als die van artikel 6.24 lid 1 Wro (privaatrechtelijk). Een regeling vergelijkbaar met die van artikel 6.13 lid 7 Wro (publiekrechtelijk) wordt bewust niet voorgesteld. Op basis van deze Nota van wijziging vervalt dus de mogelijkheid om bovenplanse kosten in kostenverhaalsregels bij het omgevingsplan op te nemen. Gedoeld wordt op de bovenplanse kosten zoals deze onder de Wro op grond van artikel 6.13 lid 7 via een exploitatieplan verhaald kunnen worden. De rol van een structuurvisie wordt onder Omgevingswet overgenomen door een omgevingsvisie of een programma. Het bedingen van financiële bijdragen voor een gebiedsontwikkeling blijft dus mogelijk (als het parlement de Nota van wijziging aanvaardt) mits er een basis voor is gelegd in een omgevingsvisie of programma en de samenhang wordt benoemd. De toelichting op de Nota van wijziging geeft aan dat aannemelijk moet zijn dat de activiteiten nog wel financieel uitvoerbaar moeten blijven. De toelichting geeft verder aan dat de activiteiten waarvoor een bijdrage kan worden bedongen bij algemene maatregel van bestuur zullen worden aangewezen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel