Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 2.4

Artikel 2.4.2

Bezettingsnorm

Onderdeel van Huisvestingsverordening 1994

1. De omvang van het huishouden moet passen bij de grootte van de woonruimte. 2. Bij de toepassing van lid 1 hanteren burgemeester en wethouders de volgende tabel voor de bepaling van de verhouding tussen het aantal leden van het huishouden en het daarbij ten hoogste toegestane aantal kamers van de woonruimte: Omvang huishouden Maximum kamertal 1 persoon 3 2 personen 4 3 personen 4 4 personen 5 5 personen 6 6 personen 6 of meer 3. Voor de toepassing van de in het vorige lid weergegeven tabel hanteren burgemeester en wethouders de volgende uitvoeringsregel: bij éénouderhuishoudens telt het hoofd van het huishouden voor twee personen. 4. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd met de woningbeheerder nadere afspraken te maken over verruiming of vereniging van deze normen indien de woningmarkt dit vereist. 5. Burgemeester en wethouders leggen de doelgroep per woningtype, eventueel op complexniveau, in een convenant met de woningbeheerders vast.

Rechtspraak bij dit artikel