Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 2.4

Artikel 2.4.1

Verhouding inkomen - huurprijs

Onderdeel van Huisvestingsverordening 1994

1. Het inkomen van het huishouden moet in een redelijke verhouding tot de huurprijs van de woonruimte staan. 2. Bij de toepassing van het gestelde in lid 1 hanteren burgemeester en wethouders de huurprijs- en inkomensgrenzen als bedoeld in artikel 13, eerste lid, van het Besluit beheer sociale huursector, respectievelijk artikel 8, tweede lid, van het Huisvestingsbesluit, de volgende tabel voor de bepaling van de verhouding tussen de huurprijs en het daarbij ten hoogste toegestane inkomen. Per 1 juli 1994 gelden de volgende bedragen: HUURPRIJS INKOMEN alleenst < 65 jr alleenst ≥ 65 jr mphh < 65 jr mphh ≥ 65 jr huurprijs < f 600,- per maand ≤ f 35.000 ≤ f 29.000 ≤ f 46.000 ≤ f 39.000 huurprijs f 600,- tot huurprijsgrens > f 35.000 > f 29.000 > 46.0000 > f 39.000 3. Indien voor een woonruimte met een huurprijs van minder dan de in lid 2 aangegeven grens geen gegadigde met een inkomen overeenkomstig de in het vorige lid weergegeven tabel bij burgemeester en wethouders bekend is, wordt de woonruimte ook passend geacht voor een gegadigde met een hoger inkomen; 4. Voor de bepaling van het inkomen dat in de in lid 2 weergegeven tabel wordt toegepast hanteren burgemeester en wethouders de volgende nadere uitvoeringsregels: als inkomen wordt het laatst bekende belastbare jaarinkomen gehanteerd; als bewijsstuk hierbij geldt de daarop betrekking hebbende aanslag in de inkomstenbelasting; indien geen aanslag in de inkomstenbelasting is opgelegd, geldt als bewijsstuk de laatste jaaropgave van de werkgever(s) of uitkerende instantie(s) met betrekking tot het bruto-inkomen; indien de aanvrager kan aantonen dat het inkomen sinds de vaststelling van het laatst bekende inkomen overeenkomstig a en b is verminderd of spoedig zal verminderen (bijvoorbeeld in verband met pensionering of VUT), geldt in afwijking van het in sub a gestelde dat lagere inkomen; burgemeester en wethouders kunnen de woningzoekende vragen een zgn. IB-60 formulier met betrekking tot het meest recente kalenderjaar te overleggen ter verificatie van het opgegeven huishoudeninkomen; indien alleen bewijsstukken van het meest recente bruto-inkomen worden gehanteerd, maken burgemeester en wethouders een omrekening van bruto-inkomen naar belastbaar inkomen. 5. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd met de woningbeheerder nadere afspraken te maken over verruiming of verenging van deze normen indien de woningmarkt dit vereist, met dien verstande dat de goedkope woningen altijd bij voorrang aan de lagere inkomensgroepen, zoals gedefinieerd in artikel 8, lid 2, van het Huisvestingsbesluit en in artikel 13, lid 1, van het Besluit Beheer Sociale Huurwoningen, worden toegewezen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel