Voor woningzoekenden die beschikken over een urgentieverklaring en die zelfstandig niet in staat zijn te reageren op het vrijkomende woningaanbod, bemiddelen burgemeester en wethouders bij eigenaren van woonruimte, opdat aan hen een overeenkomstig paragraaf 2.4 passende en overeenkomstig artikel 2.5.1, lid 2, sub b, nader omschreven woonruimte wordt aangeboden.
Voor woningzoekenden die zelfstandig niet in staat zijn te reageren op het vrijkomende woningaanbod bemiddelen burgemeester en wethouders bij eigenaren van die woonruimte, opdat aan hen een overeenkomstig paragraaf 2.4 passende woonruimte wordt aangeboden.
De bemiddeling vervalt nadat de woningzoekende tweemaal een aanbieding van een naar het oordeel van burgemeester en wethouders passende woonruimte heeft geweigerd.