1. De grafrechten vervallen:
a. door het verlopen van de termijn om begraven te houden;
b. indien de betaling van een verlenging van het grafrecht niet binnen drie maanden na aanvang van die termijn is geschied;
c. indien de rechthebbende – ondanks een aanmaning – in verzuim blijft een op grond van deze
verordening op hem rustende verplichting na te komen;
d. indien de rechthebbende van een graf is overleden en binnen één jaar nadien door de
nabestaanden geen aanwijzing van een opvolger als bedoeld in artikel 18 van deze verordening,
heeft plaatsgevonden;
e. indien de rechthebbende afstand doet van het grafrecht.
2. In de gevallen als bedoeld in het eerste lid, sub c, d en e, hoeft geen terugbetaling van een deel van de kosten van het grafrecht plaats te vinden.
3. De eventueel op het graf aanwezige grafmonumenten, naamplaten, beplantingen of andere
voorwerpen moeten uiterlijk 6 maanden na het vervallen van een grafrecht door de rechthebbende van het graf worden verwijderd. Indien deze hierin nalatig blijft, geschiedt het verwijderen door of namens het bestuursorgaan, voor rekening van de rechthebbende.
Hoofdstuk 7
Artikel 15
.
Onderdeel van Verordening op het gebruik en het beheer van de gemeentelijke begraafplaatsen in de gemeente Twenterand 2013