Naar hoofdinhoud
1. Het plaatsen of verwijderen van gedenktekens of andere voorwerpen op graven of een plaat ter afsluiting van een urnengraf is alleen toegestaan wanneer daarvoor een vergunning is verleend door het college van burgemeester en wethouders. 2. Over de wijze van het aanvragen van een vergunning, de aard en de afmetingen van de grafbedekkingen, alsmede het aanbrengen of onderhouden van heesters of beplantingen kan het college van burgemeester en wethouders nadere regels vaststellen. 3. Het college van burgemeester en wethouders kan ontheffing verlenen van de door hem vastgestelde nadere regels. 4. Het college van burgemeester en wethouders kan de in het eerste lid bedoelde vergunning weigeren indien: a. niet voldaan is aan de door haar vastgestelde nadere regels; b. de grafbedekking afbreuk doet aan het aanzien van de begraafplaats; c. de duurzaamheid van de materialen onvoldoende is; d. de constructie van de grafbedekking ondeugdelijk is. 5. Het (doen) plaatsen of aanbrengen van monumenten, grafstenen, zerken of andere gedenktekens of van heesters of andere beplantingen op graven en urnengraven waarvoor een uitsluitend recht is verleend, moet worden gedaan door of namens de rechthebbende of de gebruiker. 6. Alle kosten voor het plaatsen of aanbrengen, herstellen of vernieuwen van monumenten, grafstenen, zerken of andere gedenktekens of afsluitplaten, of van heesters of andere beplantingen, komen voor rekening van de rechthebbende of de gebruiker. 7. Rechthebbenden en gebruikers zijn verplicht voor het onderhoud van gedenktekens en beplantingen zorg te dragen.

Rechtspraak bij dit artikel