1. Voordat het college de opdracht tot advisering zoals bedoeld in
artikel 4 verstrekt, stelt het college de aanvrager, eventuele andere
betrokken bestuursorganen, alsme-de de belanghebbenden als bedoeld in
artikel 6.4a, tweede en derde lid, van de wet schriftelijk op de hoogte
van de aanwijzing van: a. een adviseur als bedoeld in artikel 5, eerste
lid, of b. meerdere adviseurs als bedoeld in artikel 5, vijfde lid. 2.
De aanvrager, eventuele andere betrokken bestuursorganen, alsmede de
belang-hebbenden als bedoeld in artikel 6.4a, tweede en derde lid, van
de wet kunnen bin-nen twee weken na de mededeling als bedoeld in het
eerste lid schriftelijk en vol-doende gemotiveerd een verzoek tot
wraking van één of meerdere adviseurs bij het college indienen. 3. Het
college beslist binnen vier weken na het verstrijken van de in het
tweede lid be-doelde termijn over een ingediend verzoek tot wraking van
één of meerdere advi-seurs.