Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2

Proces van de melding, aanvraag tot de beschikking

Onderdeel van Beleidsregels Wmo & Jeugdhulp Gemeente Vlissingen

In artikel 2 wordt het proces beschreven van een melding. Een melding kan leiden tot een aanvraag tot een beschikking. Ondersteuningsplan Met een ondertekend ondersteuningsplan kan een aanvraag worden ingediend (zie artikel 3.1 van de verordening). Onder het ondersteuningsplan wordt ook verstaan het familiegroepsplan zoals bedoeld in artikel 4.1.2 van de Jeugdwet. Het ondersteuningsplan: Is persoonlijk; Betrekt, waar dit relevant is, de situatie van alle betrokkenen als er sprake is van een huishouden dat bestaat uit meerdere personen (één huishouden, één plan); Is gericht op bevordering van, behoud van of ondersteunen bij de zelfredzaamheid en participatie van het huishouden; Behandelt de leefgebieden: activiteiten in huis, activiteiten in de samenleving, onderwijs en leren, arbeid en dagbesteding, opvoeden en zorgen voor een kind, gedrag en veiligheid, belangenbehartiging, regelgeving en geldzaken, gezondheid en welzijn, sociale activiteiten; Is de drager van het proces en is de samenvatting van het onderzoek (wat is er aan de hand, welke zorgen zijn er), beschrijft doelen, de in te zetten ondersteuning en zorg (wat gaan we doen, wie doet wat en wanneer) en de te behalen resultaten; Wordt ondertekend door de cliënt of het huishouden en (indien van toepassing) de professional, geeft richting aan de ondersteuning in de praktijk (professionele sturing), het is richtinggevend voor ondersteunende en uitvoerende werkers en bindend voor alle betrokkenen; Beschrijft de benodigde ondersteuning die bijdraagt aan de kwaliteit van bestaan. Is gericht op ondersteunen van het huishouden, rekening houdend met zijn mogelijkheden en beperkingen, waarbij het huishouden zo veel mogelijk de regie heeft; Is het resultaat van de dialoog tussen het huishouden, zijn sociaal netwerk, de casusregisseurde lokale toegang en eventueel andere betrokken professionals via een vorm van een netwerkberaad; Is consistent: de doelstelling van het huishouden en de doelen op de verschillende levensdomeinen in het plan houden verband met elkaar: er is samenhang; Is doelgericht en methodisch en heeft een cyclisch karakter. Dat wil zeggen dat helder is aan welke doelen ingezette acties bijdragen en bij evaluaties wordt opgevolgd op de doelen worden gehaald; Benoemt de casusregisseur die overzicht over alle afspraken heeft, deze coördineert en bewaakt (wie/wat/wanneer, één regisseur). Ook draagt deze zorg voor evaluatie van het ondersteuningsplan, eventuele bijstelling en afronding. 2.2 Op het individu toegesneden voorziening Vooralsnog kan elke professional verwijzen naar algemene voorzieningen. De professionals werkzaam bij de lokale toegang nemen een besluit over de inzet van de op het individu toegesneden voorzieningen. Individuele voorziening (Jeugdwet) Voor de toegang tot jeugdhulp spelen nog andere professionals een rol. In de Jeugdwet is vastgelegd dat het doorverwijzen naar alle vormen van jeugdhulp (waaronder individuele voorzieningen) te allen tijde mogelijk is voor: huisarts, jeugdarts en medisch specialist, gecertificeerde instelling, wanneer er sprake is van dwang (na een gerechtelijke uitspraak). In principe verwijzen zij door naar een jeugdhulpaanbieder waarmee de gemeente een contract heeft afgesloten. Binnen het door de gemeente gecontracteerde aanbod is de keuzevrijheid voor de jeugdige of ouder zo veel mogelijk geborgd. Met de doorverwijzing staat echter vaak nog niet vast of en zo ja welke vorm van jeugdhulp nodig is. In deze route is eigenlijk sprake van een soort tweetrapsraket. In de praktijk zal vervolgens de jeugdhulpaanbieder (bijvoorbeeld de jeugdpsychiater, de gezinswerker of orthopedagoog) in overleg met de jeugdige of ouder beoordelen welke jeugdhulp precies nodig is. In beginsel volgt het College het oordeel van de jeugdhulpaanbieder als deze in overeenstemming is met de professionele standaarden en binnen de gemeentelijke contractafspraken valt. Echter kan het College in voorkomende gevallen besluiten dat de gekozen hulpverlening na een doorverwijzing niet past bij het wettelijk kader of het gemeentelijke beleid. In dat geval wordt gemotiveerd waarom de beschikking niet wordt gegeven en wordt de hulp teruggedraaid. Daartegen kan bezwaar worden gemaakt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel