Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 11.

Kwijtschelden boete

Onderdeel van Beleidsregels herziening, terugvordering en invordering Krimpenerwaard 2019

Op schriftelijk verzoek van de belanghebbende kan binnen de grenzen van artikel 18 a lid 13 en lid 14 Pw, artikel 20a lid 12 en lid 13 IOAW en artikel 20a lid 12 en lid 13 IOAZ, geheel of gedeeltelijk van verdere betaling van de bestuurlijke boete worden afgezien als: Gebleken is dat de belanghebbende vanaf het moment dat de boete is opgelegd gedurende tenminste één jaar niet opnieuw een overtreding wegens eenzelfde gedraging is begaan; en De boete niet is opgelegd wegens een overtreding ten aanzien waarbij sprake was van opzet of grove schuld; en De belanghebbende meewerkt aan een schuldregeling. Het in het eerste lid bedoelde verzoek kan niet eerder worden ingediend dan één jaar na de datum van het besluit waarmee de boete is opgelegd; Als positief op het verzoek wordt beslist, dan heeft de kwijtschelding uitsluitend betrekking op het deel van de boete waarvan de betaling nog resteert op het moment dat het in het eerste lid bedoelde verzoek wordt ingediend. Als binnen een termijn van 5 jaar, gerekend vanaf het moment waarop het kwijtscheldingsbesluit als bedoeld in het derde lid is genomen, blijkt dat de belanghebbende opnieuw een overtreding wegens eenzelfde gedraging begaat, wordt het kwijtscheldingsbesluit ingetrokken en dient het eerder kwijtgescholden resterende boetebedrag, alsnog terugbetaald te worden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel