Vorderingen worden indien mogelijk via verrekening met de lopende uitkering geïncasseerd, waarbij het aflossingsbedrag wordt vastgesteld op 5% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm.
Vorderingen worden voor zover mogelijk in één keer terugbetaald.
Als verrekening en betaling ineens niet mogelijk zijn, wordt aan de belanghebbende een betalingstermijn gegund, met inachtneming van het bepaalde in artikel 4:87 van de Algemene wet bestuursrecht.
Op verzoek van de belanghebbende kan een betalingsregeling worden getroffen als terugbetaling binnen de gestelde termijn, gelet op de financiële omstandigheden van belanghebbende, redelijkerwijs niet mogelijk is.
Het verzoek om een betalingsregeling wordt afgewezen voor zover de belanghebbende beschikt over vermogen dat, gelet op de omstandigheden van belanghebbende redelijkerwijs te gelde gemaakt kan worden. In beginsel wordt het vrij te laten vermogen op € 2500,00 vastgesteld.
Het uitgangspunt bij het treffen van een betalingsregeling is dat de gehele terugbetaling plaatsvindt binnen 3 jaar.
Als de belanghebbende met een inkomen, hoger dan de van toepassing zijnde bijstandsnorm, aangeeft en aannemelijk maakt dat de terugbetaling binnen 3 jaar niet mogelijk is, dan wordt de betalingsregeling afgestemd op de persoonlijke situatie. Uitgangspunt hierbij is een aflossing van 35 % van het inkomen boven de bijstandsnorm bovenop de verplichte minimale aflossing van 5% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm.
Bij het bepalen van het inkomen is artikel 31 tweede lid Pw van toepassing. In aanvulling daarop wordt ook de Individuele Inkomenstoeslag niet tot het inkomen van de belanghebbende gerekend.
Als aflossing geschiedt via verrekening met de uitkering en de debiteur vervolgens werk aanvaardt, loopt de reeds overeengekomen betalingsregeling door tot een jaar na de beëindiging van de uitkering. Na deze periode wordt de betalingsverplichting in beginsel vastgesteld met inachtneming van het bepaalde in lid 7 van dit artikel.
Als bijzondere bijstand is verstrekt in de vorm van een geldlening na de inwerkingtreding van onderhavige beleidsregels, bedraagt de afloscapaciteit 5 % van de van toepassing zijnde bijstandsnorm.
Hoofdstuk 3.
Artikel 12
Terugbetaling
Onderdeel van Beleidsregels herziening, terugvordering en invordering Krimpenerwaard 2019