Het college vordert de vorderingen op volgorde van boete, fraudevordering, overige vorderingen en geldlening in zolang de belanghebbende geen verzoek heeft gedaan op grond van artikel 4:92, tweede lid van de Awb.
Bij gelijksoortige vorderingen wordt de oudste vordering eerst ingevorderd.
Van het gestelde in het eerste lid wordt afgeweken:
bij beslaglegging door een derde schuldeiser wegens wettelijk preferente vordering, dan wordt eerst de (fraude-) vordering ingevorderd;
als brutering van de (fraude-) vordering voorkomen kan worden door eerst de (fraude) vordering in te vorderen;
als het restant van de (fraude-) vordering en in minder dan zes maandelijkse termijnen vanaf de datum van boeteoplegging zal zijn voldaan.
Hoofdstuk 3.
Artikel 13.
Volgorde van invordering
Onderdeel van Beleidsregels herziening, terugvordering en invordering Krimpenerwaard 2019