Er kan binnen de grenzen van artikel 58 van de Pw, artikel 25 IOAW/IOAZ, geheel of gedeeltelijk van terugvordering worden afgezien als wordt vastgesteld dat:
de belanghebbende gedurende 10 jaar geen betalingen heeft verricht en niet aannemelijk is dat deze nog verricht gaan worden;
in afwijking van het bepaalde onder a. wordt een termijn van 5 jaar gehanteerd voor vorderingen, die niet het gevolg zijn van schending van de inlichtingenplicht
Hoofdstuk 2.
Artikel 6.
Afzien van terugvordering – alleen ambtshalve
Onderdeel van Beleidsregels herziening, terugvordering en invordering Krimpenerwaard 2019