Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 7.

Afzien van terugvordering – op verzoek van debiteur

Onderdeel van Beleidsregels herziening, terugvordering en invordering Krimpenerwaard 2019

Op Schriftelijk verzoek van de belanghebbende kan binnen de grenzen van artikel 58 van de Pw, artikel 25 IOAW/IOAZ, geheel of gedeeltelijk van terugvordering worden afgezien als: de belanghebbende een verzoek om kwijtschelding doet, nadat belanghebbende gedurende 10 jaar volledig aan de aflossingsverplichtingen heeft voldaan. Bij niet-fraudevorderingen wordt een termijn van 5 jaar gehanteerd; de belanghebbende een verzoek om kwijtschelding doet, nadat belanghebbende gedurende tien jaar weliswaar niet volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan, maar het achterstallige bedrag over die periode, vermeerderd met de daarover verschuldigde wettelijke rente en de op de invordering betrekking hebbende kosten, alsnog heeft betaald. Bij niet-fraudevorderingen wordt een termijn van 5 jaar gehanteerd; de belanghebbende een verzoek om kwijtschelding doet, nadat hij een bedrag, overeenkomend met ten minste 50% van de restsom, in één keer aflost; als sprake is van aantoonbare dringende redenen.

Rechtspraak bij dit artikel