Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 8.

Schuldregeling

Onderdeel van Beleidsregels herziening, terugvordering en invordering Krimpenerwaard 2019

Als een vordering gevolg is van een schending van inlichtingenplicht, bedoeld in artikel 60c Pw, 29a IOAW en 29a IOAZ waarvoor een boete is opgelegd, kan er ook bij een schuldenproblematiek niet van verdere terugvordering worden afgezien. Als geen sprake is van de situatie geschetst in eerste lid kan op schriftelijk verzoek van de belanghebbende van verdere terugvordering worden afgezien als: redelijkerwijs te voorzien is dat de belanghebbende niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden; en het besluit noodzakelijk is om een schuldregeling met betrekking tot alle vorderingen van de overige schuldeisers tot stand te brengen; en de vordering minstens zal worden voldaan naar evenredigheid met de vorderingen van schuldeisers van gelijke rang en naar een percentage dat tweemaal zo hoog is als het percentage van de vorderingen van schuldeisers met een lagere rang. Het tweede lid is niet van toepassing op vorderingen die door pand of hypotheek zijn gedekt, voor zover zij op die goederen verhaald kunnen worden; of het terugvorderen van bijstand verstrekt in de vorm van een geldlening op grond van het bepaalde in artikel 48, tweede lid, aanhef en onder a, b, of c van de Pw. Een besluit op grond van het tweede lid treedt niet in werking voordat de schuldregeling tot stand is gekomen. Een besluit op grond van het tweede lid kan worden herzien of ingetrokken als: De schuldregeling niet tot stand komt binnen twaalf maanden nadat het besluit is bekendgemaakt; De belanghebbende de vordering van het college niet overeenkomstig de schuldregeling voldoet; De belanghebbende onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de juiste gegevens tot een ander besluit zouden hebben geleid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel