Naar hoofdinhoud
1.. Het college van burgemeester en wethouders van een gemeente of het dagelijks bestuur van een gemeenschappelijke regeling dat wenst toe te treden dient het verzoek tot toetreding, met inbegrip van de verkregen toestemming van de gemeenteraad of het algemeen bestuur, in bij het dagelijks bestuur. 2.. Het dagelijks bestuur legt het verzoek tot toetreding ter advisering voor aan het algemeen bestuur. Vervolgens zendt het dagelijks bestuur het verzoek tot toetreding met het advies van het algemeen bestuur aan de colleges van burgemeester en wethouders en dagelijks besturen van de deelnemers. 3.. Het college van burgemeester en wethouders van een gemeente of het dagelijks bestuur van een gemeenschappelijke regeling treedt toe tot de regeling, indien alle deelnemers aan deze gemeenschappelijke regeling, na verkregen toestemming van hun gemeenteraden dan wel algemeen besturen, hebben ingestemd met de verzochte toetreding. 4.. De toetreding gaat in op de eerste dag van het jaar volgende op het jaar waarin de in lid 3 van dit artikel vermelde instemming tot de toetreding is verleend, met dien verstande dat tussen de toetreding en de in lid 3 van dit artikel bedoelde instemming een periode van tenminste 6 maanden is gelegen. Een kortere termijn is mogelijk indien het dagelijks bestuur van BSR daarmee instemt. 5.. Het dagelijks bestuur van de toegetreden organisatie doet zo spoedig mogelijk de nodige benoemingen overeenkomstig het bepaalde in artikel 6 van deze gemeenschappelijke regeling.

Rechtspraak bij dit artikel