Op grond van het opgestelde Leefzorgplan met bijbehorend bestedingsplan wordt de hoogte van het persoonsgebonden budget vastgesteld. Hierbij wordt rekening gehouden met:
De tegenwaarde van de (koop)prijs van het goedkoopst adequate hulpmiddel inclusief onderhoud, conform de contractafspraken met leveranciers;
De hoogte van het PGB is nooit hoger dan de gemiddelde kostprijs;
De afschrijvingstermijn: binnen deze termijn wordt in de regel geen nieuw PGB verstrekt.
Indien het college geen contract heeft gesloten met aanbieders van de betreffende te verstrekken maatwerkvoorziening wordt op basis van twee door de cliënt op te vragen offertes alsnog de goedkoopst passende voorziening gezocht ter vaststelling van de hoogte van het persoonsgebonden budget.
HOOFDSTUK 4
Artikel 22.
De hoogte van het persoonsgebonden budget voor een maatwerkvoorziening
Onderdeel van Nadere regels maatschappelijke ondersteuning 2020