De hoogte van het door het college te verlenen persoonsgebonden budget in de kosten voor verhuizing en inrichting bedraagt maximaal € 2.500,-.
Een persoonsgebonden budget in verband met de derving van huurinkomsten wordt slechts verstrekt indien de betreffende woonruimte is aangepast voor meer dan € 5.000,-.
De hoogte van een door het college te verlenen persoonsgebonden budget voor de kosten van huurderving is gelijk aan de kale huur van de woonruimte, met een maximum van het bedrag genoemd in artikel 13 lid 1 onder a van de Wet op de Huurtoeslag. De periode waarvoor een vergoeding wordt verstrekt, bedraagt maximaal zes maanden. Onder voorwaarden is verlenging van deze termijn met maximaal drie maanden mogelijk.
HOOFDSTUK 4
Artikel 23.
De hoogte van het persoonsgebonden budget voor verhuizing en huurderving
Onderdeel van Nadere regels maatschappelijke ondersteuning 2020