Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3 › Paragraaf 3.2.

Artikel 5.

Woonvoorzieningen en woningaanpassingen

Onderdeel van Nadere regels maatschappelijke ondersteuning 2020

Om langer zelfstandig te kunnen blijven wonen in de eigen leefomgeving, kan het college woonvoorzieningen en/of woningaanpassingen verstrekken. Wij onderscheiden de volgende woonvoorzieningen: Losse woonvoorzieningen: voorzieningen die niet nagelvast, dus verplaatsbaar zijn (bijvoorbeeld een verrijdbare kanteldouchestoel, verrijdbare tillift, traplift en drempelhulpen met een hoogte vanaf 20 cm); woningaanpassingen: nagelvaste voorzieningen. Voorbeelden van woningaanpassingen zijn uitbreiding slaapkamer, verbreding van deuren. De kosten van een woningaanpassing kan alleen in de vorm van een maatwerkvoorziening worden verstrekt in de vorm van een eenmalig persoonsgebonden budget. Voor losse woonvoorzieningen geldt dat voor kortdurend en incidenteel gebruik een beroep moet worden gedaan op de uitleenservice gedurende de maximale periode van 26 weken. Algemeen gebruikelijke voorzieningen, zoals verhoogde toiletten, beugels, postoelen, bad planken, douchestoeltjes en -krukjes, thermostaatkranen e.d. (niet limitatief) vallen niet onder de noemer maatwerkvoorziening.

Rechtspraak bij dit artikel