Rijk
De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is de nadere uitwerking van voorheen de Nota Ruimte en Nota Mobiliteit en is door de minister vastgesteld op 13 maart 2012. De SVIR kent als uitgangspunt dat mobiliteit een noodzakelijke voorwaarde is voor economische en sociale ontwikkeling. Een betrouwbare bereikbaarheid van deur tot deur wordt essentieel geacht. Dat betekent concreet dat de rijksoverheid de groei van mobiliteit, waarbij de gebruiker centraal staat, geen beperkingen wil opleggen de bereikbaarheid wil verbeteren. Dat binnen de wettelijke kaders en in balans met een goede veiligheid en goede kwaliteit van de leefomgeving.
De ambitie van de rijksoverheid is om in 2040 te beschikken over optimale ketenmobiliteit door een goede verbinding van de verschillende mobiliteitsnetwerken via multimodale knooppunten (voor personen en goederen) en door een goede afstemming van infrastructuur en ruimtelijke ontwikkeling. Dit moet op een duurzame manier gebeuren. Het rijk richt zich niet alleen op capaciteitsvergroting maar ook op beïnvloeding van de vraag naar mobiliteit.
Voor het verbeteren van de bereikbaarheid zet het Rijk in op een beleidsmix van slim investeren, innoveren en instandhouden. Met slim investeren worden knelpunten aangepakt waar de meeste economische waarde kan worden gegenereerd. Innovatie wordt ingezet om het mobiliteitssysteem beter te benutten. Instandhouden van de netwerken door goed beheer en onderhoud is het fundament voor het robuuste en samenhangende netwerk. Om een leefbare omgeving te waarborgen, om te gaan met de afname van fossiele brandstoffen en CO2- reductie te bereiken is een verdere transitie naar duurzame mobiliteit nodig. Zo is in het Energieakkoord afgesproken dat in 2050 de broeikasgasemissie van de mobiliteit- en transportsector met minimaal 60% is gereduceerd ten opzichte van 1990 (en als tussendoel in 2030 circa -17% t.o.v. 1990).
Op gebied van verkeersveiligheid hanteert het Rijk een nulambitie, elk verkeersslachtoffer is er één te veel, zoals verwoord in het Strategisch Plan Verkeersveiligheid 2030. Daarin wordt ingezet op:
Meer structurele aandacht voor verkeersveiligheid;
Meer verbondenheid en samenwerking tussen
overheden en maatschappelijke organisaties;
Risicogestuurd beleid door analyse van de
grootste risico’s;
Bevorderen van integraal verkeersveiligheidsbeleid;
Monitoren en bijsturen van de uitvoering in overleg.
Provincie
In het Coalitieakkoord 2019 – 2023 van de provincie Noord Holland staat onder meer omschreven welke ambities de provincie heeft op het gebied van mobiliteit. Daarnaast heeft de provincie Noord Holland recent de Omgevingsvisie NH2050 afgerond. Hierin wordt ook een geactualiseerde kijk op mobiliteit gegeven.
De provincie Noord Holland zal de komende jaren blijven investeren in de verkeers- en vervoersinfrastructuur. In de provinciale investeringsstrategie blijft doorstroming, naast leefbaarheid en verkeersveiligheid, een speerpunt. Daarbij wordt het Noord-Hollandse vervoerssysteem nadrukkelijk gekoppeld aan een gezonde leefomgeving. Dat wordt gedaan door schone vormen van mobiliteit te stimuleren, bijvoorbeeld door in te zetten op elektrische mobiliteit voor de auto, het openbaar vervoer en de fiets.
De provincie Noord Holland onderkent de voordelen van een goed werkend verkeersmanagementsysteem. Zij ondersteunen daarom regelscenario’s voor doorstroming, calamiteiten en evenementen en zullen toekomstige ontwikkelingen benutten op het gebied van verkeersmanagement, zoals zelfdenkende, dynamische routeplannersystemen en ‘vehicle-to-vehicle communication’.
Op openbaar vervoer gebied maakt de provincie Noord Holland onderscheid tussen stamlijnen, die apart kunnen worden aanbesteed, en aanvullend openbaar vervoer, zoals de buurtbus. De sterke stamlijnen moeten zorgen voor de verbinding van grotere knooppunten in woon- en werkgebieden. Bereikbaarheid van kleine kernen is belangrijk. Indien er geen reguliere buslijn aanwezig is, ziet de provincie kansrijke, particuliere initiatieven zoals buurtbussen, als een alternatief, zodat een fijnmazig openbaar vervoer netwerk ontstaat.
Tot slot blijft de provincie Noord Holland investeren om het bestaande provinciale fietsnetwerk op orde te houden. Woon-werkverkeer en de bereikbaarheid van (H)OV-knooppunten per fiets houden bijzondere aandacht. Daarbij wordt de aanwezigheid van fietsenstallingen bij deze OV knooppunten gestimuleerd. Doordat steeds meer Noord-Hollanders een elektrische fiets gebruiken, wordt ook de aanleg van meer oplaadpunten gestimuleerd.
Vereniging Nederlandse Gemeenten/ Interprovinciaal overleg
Naar aanleiding van de recente landelijke stijging van het aantal verkeersslachtoffers wil zowel VNG als IPO inzetten op een aanscherping van het verkeersveiligheid beleid, geformuleerd in een ‘Position paper verkeersveiligheid’ (VNG) en ‘Visie verkeersveiligheid’ (IPO). Dit wordt samen met andere partijen uitgewerkt in het Strategisch plan verkeersveiligheid 2030 (spv 2030) De belangrijkste thema’s zijn:
Infrastructuur en weginrichting: meer gericht op ketenmobiliteit en meer gericht op investeren in risicolocaties, waar zijn de maatregelen het effectiefst?
Burgerbetrokkenheid en voorlichting: meer inzet op gedragscampagnes en de nadruk leggen op de verantwoordelijkheid van de weggebruiker zelf.
Handhaving: meer bevoegdheden voor BOA’s en als actief sturingsinstrument inzetten in gemeenten.
Monitoring en bijsturing: risico gestuurd en proactief beleid op het gebied van verkeersveiligheid moet de basis worden, ongevallen voorkomen in plaats van beheersen.
Duurzaam Veilig
In 2017 zijn door een aantal (plattelands) gemeentes in Noord Holland de Richtlijnen Duurzaam Veilige Weginrichting wegen West- Friesland 2017 opgesteld. Deze richtlijnen zijn een aanvulling op de landelijke Duurzaam Veilig weginrichting principes en vertaald naar de lokale wegsituaties die veel binnen deze Noord Hollandse gemeentes van toepassing zijn. Landelijk gaat Duurzaam Veilig uit van vijf principes:
Functionaliteit van wegen. Wegen moeten gebruikt worden op een manier waarvoor ze bedoeld zijn. Hiervoor zijn straten en wegen gecategoriseerd: stroomwegen, gebiedsontsluitingswegen en erftoegangswegen;
Homogeniteit van massa, richting en snelheid. Conflicten tussen lichte verkeersdeelnemers en zwaar verkeer, tussen weggebruikers met grote snelheidsverschillen en tussen weggebruikers uit verschillende richtingen moeten worden voorkomen;
Herkenbaarheid. Het wegbeeld moet kloppen bij de functie van de weg, zodat weggebruikers hun gedrag automatisch aanpassen. Wegmarkering moet uniform zijn, zodat overal in Nederland duidelijk is op welk type weg men zich bevindt, wat men daar kan verwachten en welk verkeersgedrag daar verlangd wordt;
Vergevingsgezindheid. Er moeten maatregelen zijn die ernstig letsel voorkomen bij ongevallen. Hierbij valt te denken aan de veilige inrichting van bermen en de beschermende werking van voertuigen (voor inzittenden en zogeheten 'botspartners');
Statusonderkenning. Weggebruikers moeten hun eigen taakbekwaamheid goed kunnen inschatten. Zelfoverschatting is zeer ongewenst en daardoor een bron van gevaar.
De aanvulling opgesteld door de West-Friese gemeentes richt zich met name op zogenaamde ‘grijze wegen’, wegen met zowel een verblijfsfunctie (erftoegang) als een ontsluitingsfunctie (gebiedsontsluiting) is op basis van de lokale kennis en ervaring bij beheerders een aangescherpt pakket aan voorstellen opgesteld hoe dit type weg ingericht zou kunnen worden.
Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier
In het wegenbeleidsplan 2012-2017 van het Hoogheemraadschap Hollands Noordkwartier (HHNK) staat het beleid ten aanzien van de wegen die HHNK in beheer heeft. Een aantal van die wegen liggen in de gemeente Opmeer. Er lopen verkennende gesprekken tussen de gemeente Opmeer en het HHNK om het beheer van (een aantal van) deze wegen over te dragen aan de gemeente. HHNK stelt zich als doel om: (1) De wegen voldoen aan de landelijke richtlijnen en aan het beleid in het wegenbeleidsplan en (2) in 2017 zijn alle wegen die het hoogheemraadschap in beheer heeft, ingericht met als benchmark de principes uit ‘Duurzaam Veilig’.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.3