Artikel 10 lid 1 Ambtenarenwet 2017. De ambtenaar onthoudt zich van het openbaren van gedachten of gevoelens, of van de uitoefening van het recht tot vereniging, tot vergadering en tot betoging, indien door de uitoefening van deze rechten de goede vervulling van zijn functie of de goede functionering van de openbare dienst, voor zover deze in verband staat met zijn functievervulling, niet in redelijkheid zou zijn verzekerd.
Meningsuitingen
Voor elke burger geldt het grondrecht van vrije meningsuiting. Dus ook voor ambtenaren. Maar voor jou als ambtenaar is dit recht, in relatie tot jouw ambtelijk functioneren, begrensd. Dit betekent dat je voorzichtig moet zijn met het openlijk ventileren van jouw persoonlijke opvattingen en dus niet zomaar alles kunt zeggen, schrijven of twitteren. Dit geldt ook voor het plaatsen van foto’s en afbeeldingen.
Uitgangspunten voor communicatie en meningsuitingen, in welke vorm dan ook:
realiseer je voor alles dat je ambtenaar bent;
houd je aan de geheimhoudingsplicht;
communiceer op fatsoenlijke en respectvolle wijze;
doe geen uitlatingen die schadelijk zijn voor jouw functioneren, of voor het functioneren van de gemeente.
Daarbij maakt het verschil wat je positie is binnen de organisatie en welke afstand je hebt tot het onderwerp waar het over gaat. Hoe verder je van het betreffende beleidsterrein af staat en hoe lager je positie is in de hiërarchie van de organisatie, hoe meer vrijheid je hebt. Ook zijn de actualiteit en politieke gevoeligheid van het onderwerp van belang. Bij onderwerpen die in het nieuws zijn, of waarvoor bijzondere belangstelling bestaat, zul je extra alert moeten zijn. Het moment en de manier waarop je de uitlating doet zijn eveneens van belang. Welke bewoordingen en welk middel gebruik je? Weten anderen waar je werkt en wat je beroepsmatig doet?
Eerst denken, dan doen!
Als er door jouw uitlatingen problemen zijn ontstaan voor de gemeenten, kun je achteraf ter verantwoording worden geroepen en eventueel bestraft worden. Zeker als die problemen ernstig zijn en je dit had kunnen voorzien. Gebruik daarom je gezonde verstand en sta, voordat je een bepaalde uitlating doet, stil bij de mogelijke consequenties daarvan. Realiseer je dat het gevaar ook kan zitten in kleine dingen, zoals het privé plaatsen van een grappig bedoelde opmerking of afbeelding op twitter of facebook, die vervolgens een eigen leven gaat leiden en jouw werk ineens in een verkeerd daglicht kan stellen.
Externe contacten vanuit je functie
In je functie heb je regelmatig contacten met anderen, ook buiten de organisatie. De mate waarin dat zich voordoet, hangt af van de functie die je vervult. Communicatie en wederzijdse uitwisseling buiten de organisatie zijn een goede zaak en passen in deze tijd.
Als ambtenaar in functie spreek je niet voor jezelf
Het maakt wel verschil of je als privépersoon of als ambtenaar communiceert. Als ambtenaar ben je (uiteindelijk) werkzaam namens het college en in de uitoefening van je ambtelijke functie vertegenwoordig je (uiteindelijk) het college in jouw externe contacten. Realiseer je dus altijd dat je als ambtenaar in functie niet vrijblijvend informatie verstrekt of uitspraken doet.
Wees bij contacten met de media extra voorzichtig. Gewoonlijk lopen deze contacten via de collega’s van team communicatie. Het is niet de bedoeling dat je zelf journalisten te woord staat. Word je toch een keer rechtstreeks benaderd, verwijs dan door en informeer je collega’s van team communicatie.
Contacten met raadsleden
Het college legt verantwoording af aan de gemeenteraad over het gevoerde beleid en de raad heeft daarbij recht op inlichtingen en informatie. Voor deze contacten met raadsleden gelden specifieke richtlijnen. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen actieve informatieverstrekking en informatieverstrekking op verzoek. Actieve informatieverstrekking vindt altijd plaats via het collegelid/de portefeuillehouder of via het college. Voor informatieverstrekking op verzoek is van belang of de informatie openbaar is of niet en of de informatie van feitelijke aard is of niet. Als ambtenaar geef je alleen feitelijke informatie; meningen/beleidsopvattingen zijn voorbehouden aan de collegeleden.
Uitgangspunten voor contacten met raadsleden:
je neemt in principe niet zelf het initiatief tenzij in overleg met de portefeuillehouder;
je verstrekt alleen feitelijke informatie en uit geen persoonlijke meningen of beleidsopvattingen en legt geen verantwoording af over gevoerd beleid;
openbare feitelijke informatie mag je rechtstreeks verstrekken, je leidinggevende (of de gemeentesecretaris) en de portefeuillehouder moeten hierover ingelicht worden;
niet-openbare informatieverstrekking loopt altijd via de gemeentesecretaris c.q. de portefeuillehouder of via het college;
je neemt de geheimhoudingsplicht in acht.
Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.2
Artikel 4.2.2