De meest gebruikelijke en bekende bestuursrechtelijke sanctiemiddelen die de gemeente kan opleggen zijn de lastgeving onder dwangsom en de lastgeving onder bestuursdwang. Beide zijn zogenoemde herstelsancties. Herstelsancties hebben tot doel strijdige situaties te beëindigen. Hoewel een overtreder dit vaak anders ervaart zijn herstelsancties –in tegenstelling tot bestraffende sancties zoals een boete- niet gericht op leedtoevoeging.
De lastgeving onder bestuursdwang is het meest geschikte middel bij gevaarzettende situaties of spoedgevallen. De lastgeving onder dwangsom vergt minder personele inzet en is minder ingrijpend voor de overtreder. In een gering aantal gevallen kan ook het schorsen of intrekken van een vergunning worden ingezet als herstelsanctie. In het kader van de Drank- en horecawet staat de gemeente een breed scala aan specifieke sanctioneringsmiddelen ter beschikking, waaronder de bestuurlijke boete. In bijlage 9 is de sanctiestrategie uit Preventie- en handhavingsplan Drank- en horecawet gemeente Soest periode 2014-2018 weergegeven. Daarin zijn de specifieke instrumenten nader toegelicht.
Ten aanzien van tal van APV-feiten (de zogenoemde kleine ergernissen in de openbare ruimte) en verkeersovertredingen (Wet Mulder-feiten) kunnen gemeentelijke boa’s een soort boete opleggen, namelijk de bestuurlijke strafbeschikking (hierna: BSB). De BSB is voor dit soort overtredingen uitermate geschikt vanwege het lik-op-stuk-effect. Sommige overtredingen zijn weliswaar strafbaar gesteld, maar kunnen niet met een BSB worden afgedaan. In een dergelijk geval maken boa’s een proces-verbaal op. Het Openbaar Ministerie beslist vervolgens om al dan niet tot vervolging over te gaan. Dit traject speelt met name bij illegale kap.
Hoofdstuk 4.
Artikel 4.3.1