Stappenschema’s bestuursrechtelijke handhaving
Hoe de gemeente reageert op een overtreding is vastgelegd in stappenschema’s. De basislijn is neergelegd in stappenschema ‘basisstrategie bestuursrechtelijke handhaving’. Deze is opgenomen in bijlage 10. Deze basislijn wordt gehanteerd tenzij sprake is van:
spoed, gevaarzetting of risico op onomkeerbare gevolgen;
indien een informele oplossing voor de hand ligt.
Bij spoed, gevaarzetting of mogelijk onomkeerbare gevolgen wordt het verkorte stappenschema ‘Bestuursrechtelijke handhaving spoedsituaties’ gevolgd. Bijvoorbeeld bij constatering van illegale bomenkap, illegale bouw in uitvoering, of instortingsgevaar. Dit stappenschema is opgenomen in bijlage 11.
Daarnaast geldt dat in sommige situaties een informele oplossing voor de hand ligt. Een overtreder geeft bijvoorbeeld direct aan de strijdige situatie op eigen beweging te zullen beëindigen. De toezichthouder kan een hercontrole inplannen. Als afspraken niet worden nagekomen wordt alsnog de basislijn gehanteerd. Dit heeft altijd de voorkeur boven een formeel juridisch handhavingstraject. Informele oplossingen zijn met name aan de orde bij overtreding van technische voorschriften tijdens een bouwproces. In dat geval spreekt de toezichthouder de uitvoerder aan op de situatie. Soms kan de strijdigheid ter plekke worden hersteld. Zo nodig maakt de toezichthouder een afspraak voor een hercontrole. Als de toezichthouder op basis van zijn ervaringen weet dat de betreffende uitvoerder niet genegen is om informele afspraken na te komen, wordt direct de basisstrategie gevolgd.
Twee-sporenaanpak thema ‘extra beschermde bomen’
In het geval van illegale bomenkap van extra beschermde bomen volgt een twee-sporenaanpak. Naast de bestuursrechtelijke handhaving (lastgeving onder dwangsom, inhoudende een herplantplicht, overeenkomstig de basisstrategie) wordt een strafrechtelijk traject gevolg, gericht op ‘leedtoevoeging’. Uit oogpunt van efficiëntie wordt dit traject alleen ingezet indien de bewijslast duidelijk is. Door een boa wordt alsdan proces verbaal opgemaakt. Het Openbaar Ministerie besluit vervolgens of al dan niet tot vervolging wordt overgegaan.
Handhavingsverzoeken: minder flexibiliteit
De beslistermijn bij handhavingsverzoeken bedraagt acht weken. Deze termijn mag eenmaal worden verdaagd. Door deze wettelijke termijn, die is gekoppeld aan de wet dwangsom bij niet tijdig beslissen, biedt een aanschrijvingstraject waar handhavingsverzoek aan ten grondslag ligt minder flexibiliteit. Hoewel ook bij handhavingsverzoeken in principe de basisstrategie wordt gevolgd, is er dus minder ruimte voor maatwerk richting de overtreder.
Wettelijke waarborgen
In de stappenschema’s is rekening gehouden met de wettelijke waarborgen die zijn neergelegd in de Algemene wet bestuursrecht. Een voorbeeld daarvan is de plicht om overtreders de gelegenheid te bieden om zienswijzen in te dienen. Los daarvan geldt dat deze strategieën richtlijnen zijn en dat sanctionering een middel is, en geen doel op zich. Dit betekent dat binnen de juridische kaders maatwerk wordt verricht als de achterliggende belangen van de regelgeving daarmee worden gediend, of als daarmee langdurige juridische procedures worden voorkomen. Gedacht kan worden aan verruiming van termijnen in verband met legalisatietrajecten of nader onderzoek.
Keuze bestuursdwang / dwangsom
In beginsel wordt als herstelsanctie de lastgeving onder dwangsom opgelegd. Dit middel is het minst ingrijpend voor de overtreder en is tevens het minst belastend voor de handhavende organisatie. Een richtlijn voor de hoogte van dwangsommen is opgenomen in bijlage 12. Voor de lastgeving onder bestuursdwang wordt alleen in de volgende situaties gekozen:
bij gevaarzettende situaties, zoals instortingsgevaar;
bij acute situaties, bijvoorbeeld bij illegale bouw, sloop of bomenkap in uitvoering;
indien de overtreder onbekend is (bestuursdwang is dan juridisch de enige optie);
indien een ter zake van dezelfde overtreder of dezelfde overtreding eerder opgelegde dwangsom niet tot het beoogde effect heeft geleid, of als er een andere reden is om op voorhand aan te nemen dat de dwangsom geen effectief middel is;
als de aard van het specifieke geval zich om een andere reden dan voornoemd verzet tegen het opleggen van een last onder dwangsom.
Hoofdstuk 4.
Artikel 4.3.2