De belasting als bedoeld in artikel 3, eerste lid, wordt geheven naar de volgende grondslagen die naast elkaar verschuldigd zijn, te weten:

  • - - een vast bedrag per perceel, en;
    • - een vast bedrag per perceel voor elke container van een soort boven de eerste, en;
    • - een vast bedrag per soort container per aanbieding, en;
    • - een vast bedrag per inworp in een ondergrondse verzamelcontainer, en;
    • - een vast bedrag per vervanging van een container voor een container van een andere maat, en;
    • - een vast bedrag per vervanging van een container voor een van dezelfde maat, en;
    • - een vast bedrag per vervanging van een afvalpas (voor ondergrondse container) of sleutel (voor een bovengrondse container) en;
    • - een vast bedrag per perceel voor een aan meerdere individuele percelen verstrekte rolcontainer en;
    • - een vast bedrag per perceel per container voor een per individueel perceel verstrekte rolcontainer en;
    • - bedragen voor het op aanvraag inzamelen van grof huishoudelijk restafval en;
    • - bedragen voor het achterlaten van huishoudelijke afvalstoffen op een milieustation;

een en ander naar de maatstaven en tarieven zoals opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.

  • - Het recht als bedoeld in artikel 3, tweede lid, wordt geheven op grond van de volgende grondslag: een vast bedrag per inworp van bedrijfsafval in een ondergrondse verzamelcontainer,

een en ander naar de maatstaf en het tarief zoals opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.

  • - Voor de berekening van het recht wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt.