Naar hoofdinhoud
1.. Het havengeld wordt geheven bij wege van een gedagtekende kennisgeving, zegel, nota of andere schriftuur waarop het bedrag van de verschuldigde belasting is vermeld. 2.. Het havengeld moet worden voldaan op het tijdstip, waarop het in artikel 2 bedoelde gebruik of genot wordt aangevangen, echter met dien verstande, dat de belastingplicht eerst aanvangt twee uren na dat het in artikel 2 bedoelde gebruik of genot is aangevangen 3.. Op verzoek van de belastingplichtige kan worden toegestaan dat de belasting geheven wordt bij wege van een aanslag, waarop het verschuldigde bedrag is vermeld. 4.. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet de in het derde lid genoemde aanslag worden betaald in één termijn, welke vervalt op de 28e dag na de dagtekening van het aanslagbiljet. 5.. Indien het bedrag van de verschuldigde belasting niet kan worden vastgesteld op het tijdstip, waarop het gebruik of genot aanvangt, wordt het havengeld geheven bij wege van aanslag en moet in afwijking van het eerste lid, de belasting worden voldaan in één termijn welke vervalt op de 28e dag na de dagtekening van de aanslag. 6.. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de leden 4 en 5 gestelde termijnen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel