Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 11

Artikel 11

Onderdeel van Subsidieverordening Vrijwilligersorganisaties gemeente Kerkrade

1.. Het college kan de vrijwilligersorganisaties in een beschikking tot subsidieverlening verplichtingen (voorwaarden) opleggen. 2.. Deze verplichtingen kunnen betrekking hebben op: a. de aard en omvang van de activiteiten waarvoor subsidie wordt verleend; b. de administratie van aan de activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten; c. de voor het vaststellen van de subsidie te verstrekken gegevens en bescheiden die nodig zijn voor een beslissing omtrent de subsidie; d. de te verzekeren risico’s; e. het stellen van zekerheid voor verleende voorschotten; f. het afleggen van rekening en verantwoording omtrent de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten, voor zover deze voor de vaststelling van de subsidie van belang zijn; g. het beperken of wegnemen van de nadelige gevolgen van de subsidie voor derden. 3.. Het college kan de subsidieontvanger ook andere verplichtingen opleggen conform artikel 4:38 lid 1 Awb die strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie. Deze doelgebonden verplichtingen kunnen onder meer betrekking hebben op: a. de kennis en ervaring van het personeel voor zover dat personeel betrokken is bij de uitvoering van de gesubsidieerde activiteiten; b. de wijze waarop gebruikers, vrijwilligers en beroepskrachten worden betrokken bij het ontwikkelen en uitvoeren van beleid van de subsidieontvanger; c. aard, deugdelijkheid, inrichting, beheer en toegankelijkheid van voorzieningen. 4.. Het college kan tevens niet doelgebonden verplichtingen opleggen conform artikel 4:39 lid 1 Awb met het oog op onder meer: a. milieubelangen; b. bescherming van minderheden; c. emancipatorische aangelegenheden; d. publicatie van de door de gemeente Kerkrade verstrekte subsidie. 5.. De verplichtingen kunnen na de subsidieverlening worden uitgewerkt, voor zover de beschikking tot subsidieverlening dit vermeldt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel