In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
belanghebbende: de alleenstaande, de alleenstaande ouder of het gezin zoals bedoeld in artikel 35 lid 1 van de Participatiewet;
bijzondere bijstand: de bijstand zoals bedoeld in artikel 35 lid 1 van de Participatiewet;
bijzondere kosten: uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijk kosten zoals bedoeld in artikel 35 lid 1 van de Participatiewet;
college: het college van burgemeester en wethouders;
leidraad: een toelichting op de wetgeving en het Haagse beleid ten aanzien van de individuele bijzondere bijstand;
minimavoorzieningen: alle in deze beleidsregels vastgelegde gemeentelijke voorzieningen, behoudens de individuele bijzondere bijstand, waarop Haagse burgers met een inkomen onder een in deze beleidsregels vastgelegde inkomensgrens in aanmerking kunnen komen.
normenlijst: lijst van rijksnormen en Haagse normbedragen ten aanzien van de Participatiewet die periodiek wordt herzien.
student: de belanghebbende die een toelage ingevolge de WSF 2000 ontvangt;
voorliggende voorziening: elke voorziening waarop de belanghebbende of het gezin aanspraak kan maken, dan wel een beroep kan doen, ter verwerving van middelen of ter bekostiging van specifieke uitgaven zoals bedoeld in artikel 15 van de Participatiewet.
Hoofdstuk 1
Artikel 1
Begripsbepalingen
Onderdeel van BELEIDSREGELS MINIMAVOORZIENINGEN EN BIJZONDERE BIJSTAND GEMEENTE DEN HAAG 2015