Lid 1. Inkomsten die worden vrijgelaten ingevolge de Participatiewet op basis van het gestelde in art 31 Participatiewet , worden niet in aanmerking genomen.
Lid 2. Voor de belanghebbende die aan een traject van schuldbemiddeling of schuldsanering deelneemt via een erkend schuldhulpverlener geldt, dat voor het recht op minimavoorzieningen het inkomen gedurende het traject gelijkgesteld wordt met het wettelijk sociaal minimum.
Lid 3. Indien belanghebbende , bijvoorbeeld door beslag, redelijkerwijs niet kan beschikken over (een gedeelte van) zijn inkomen, dan wordt dit deel van het inkomen niet in aanmerking genomen.
Hoofdstuk 1
Artikel 3
Inkomstenvrijlating voor minimavoorzieningen
Onderdeel van BELEIDSREGELS MINIMAVOORZIENINGEN EN BIJZONDERE BIJSTAND GEMEENTE DEN HAAG 2015