** 1. .** Het college besluit ambtshalve geheel of gedeeltelijk van (verdere) terugvordering af te zien:
na twee jaar (24 maandtermijnen) indien de belanghebbende in die periode niet of zeer onregelmatig heeft afgelost op een vordering waarvan het resterende bedrag lager is dan € 125;
na vijf jaar (60 maandtermijnen) indien sprake is van een niet-verwijtbare vordering en de belanghebbende:
naar draagkracht aan zijn aflossingsverplichtingsverplichting heeft voldaan, of
door het ontbreken van aflossingscapaciteit niet (volledig) aan zijn aflossingsverplichting heeft kunnen voldoen.
na tien jaar (120 maandtermijnen) indien sprake is van een verwijtbare vordering en is voldaan is aan de criteria zoals genoemd onder b.
** 2. .** Het college ziet af van (verdere) invordering indien de belanghebbende gedurende 3 jaar (36 maandtermijnen) zijn aflossingsverplichting aan de geldlening voor duurzame gebruiksgoederen naar draagkracht is nagekomen.
Hoofdstuk 6 › Paragraaf 2
Artikel 6.7
Ambtshalve afzien van (verdere) terug- en invordering
Onderdeel van Verzamelbesluit nadere regels en beleidsregels Participatiewet, aanverwante regelingen en Sociaal Vangnet