Het instellen van een reserve respectievelijk voorziening gebeurt bij besluit van de raad. In het raadsbesluit worden in ieder geval de volgende bestanddelen opgenomen: het doel, de voeding, de hoogte en (het verloop) van de toevoegingen en onttrekkingen.
Het aantal bestemmingsreserves en voorzieningen blijft beperkt tot de hoogst noodzakelijke.
In de begroting wordt een zo reëel mogelijk beeld gegeven van de toevoegingen en aanwendingen van de reserves in een bepaald jaar. Nieuwe toevoegingen en aanwendingen worden in beginsel alleen via tussentijdse rapportage tot stand gebracht. Toevoeging en aanwending van de reserves gebeurt bij besluit van de gemeenteraad.
Een voorziening moet de omvang hebben van de betreffende verplichting (of verlies). Toevoegingen en onttrekkingen aan voorzieningen verlopen via de exploitatie en dienen eveneens als onderdeel van een programma binnen de begroting door de raad goedgekeurd te worden.
Er wordt geen rentevergoeding (of een vergoeding voor de inflatie) over het eigen vermogen en de voorzieningen gevormd.