**1..** Met inachtneming van artikel 3.5 van de verordening is een inwoner een bijdrage in de kosten verschuldigd bij de toekenning van een maatwerkvoorziening Wmo.
**2..** De duur waarvoor een inwoner een bijdrage in de kosten verschuldigd is, bedraagt:
Indien het een maatwerkvoorziening Wmo betreft die door het college wordt gehuurd, geleased oftewel in bruikleen aan de inwoner wordt verstrekt, de periode zolang de inwoner gebruik maakt van de maatwerkvoorziening;
Indien het een maatwerkvoorziening Wmo in de vorm van een pgb betreft, de periode waarvoor de maatwerkvoorziening wordt toegekend;
Indien het een maatwerkvoorziening Wmo betreft die door het college in eigendom aan de inwoner wordt verstrekt, de periode die ontstaat door de kostprijs van de voorziening te delen door de maximale eigen bijdrage per maand zoals beschreven staat in het derde lid.
**3..** De hoogte van de verschuldigde eigen bijdrage, is gelijk aan de kostprijs van de maatwerkvoorziening, tot aan ten hoogste € 19,00 per maand voor de ongehuwde inwoner of de gehuwde inwoner tezamen, tenzij overeenkomstig hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 en artikel 3.5 tweede lid van de verordening geen bijdrage is verschuldigd.
**4..** Met inachtneming van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 en artikel 3.5 tweede lid onder d. van de verordening zijn inwoners die gebruik maken van een maatwerkvoorziening Wmo ‘vervoer’ zijnde het collectief vervoer geen bijdrage in de kosten verschuldigd als bedoeld in artikel 2.1.4a van de Wmo (abonnementstarief). Wel is de inwoner per rit een instap- en reistarief van € 0,95 per zone oftewel € 0,19 per kilometer, verschuldigd aan de vervoerder.
Artikel 2.