Naar hoofdinhoud
1.. Met inachtneming van artikel 5.1 van de verordening kan een financiële tegemoetkoming als maatwerkvoorziening worden verstrekt. 2.. De hoogte van de in het eerste lid genoemde financiële tegemoetkomingen als maatwerkvoorziening hoeft niet kostendekkend te zijn en is exclusief eventuele algemeen gebruikelijke kosten. 3.. Bij de berekening van de hoogte van de maatwerkvoorziening Wmo als financiële tegemoetkoming in de kosten van verhuizen en inrichten als bedoeld in artikel 5.1 onder a. van de verordening, baseert het college zich op: de goedkoopst passende kosten zoals geoffreerd in minimaal twee offertes; de kosten van het inrichten van de elementaire gebruiksruimten van de woning tot ten hoogste het aantal vertrekken dat gebruikelijk is in sociale woningbouw waaronder in ieder geval de keuken, woonkamer, hal/gang en het noodzakelijk aantal slaapkamers, en; de kosten van het opknappen van de vloer en de wanden van de onder b. bedoelde gebruiksruimten tot ten hoogste het uitrustingsniveau van sociale woningbouw. 4.. Bij de berekening van de hoogte van de maatwerkvoorziening Wmo als financiële tegemoetkoming in de kosten van tijdelijke huisvesting als bedoeld in artikel 5.1 onder b. van de verordening, baseert het college zich op: de kosten van tijdelijke huisvesting in een woning met een bovengrens van de sociale woningbouw netto (kale) huurprijs; de onder a. genoemde kosten voor een duur van maximaal 3 maanden. 5.. Bij de berekening van de hoogte van de maatwerkvoorziening Wmo als financiële tegemoetkoming in de kosten van een voorziening voor sportbeoefening als bedoeld in artikel 5.1 onder c. van de verordening, baseert het college zich op: de goedkoopst passende kosten zoals geoffreerd in minimaal twee offertes; de kosten voor de voorziening met een minimale gebruiksduur van 5 jaar. 6.. Bij de berekening van de hoogte van de maatwerkvoorziening Wmo als financiële tegemoetkoming in de kosten van individueel vervoer als bedoeld in artikel 5.1 onder d. van de verordening betreffende een bijdrage in de kosten voor het gebruik van de eigen auto voor korte afstanden, baseert het college zich op: een bedrag per km voor het gebruik van de auto afgeleid van de Reisregeling Binnenland met een maximum aantal te reizen kilometers van 750 kilometer per jaar. 7.. Bij de berekening van de hoogte van de maatwerkvoorziening Wmo als financiële tegemoetkoming in de kosten van individueel vervoer als bedoeld in artikel 5.1 onder d. van de verordening, betreffende een bijdrage in de kosten voor het aanpassen van de eigen auto, baseert het college zich op: de goedkoopst passende kosten zoals geoffreerd in minimaal twee offertes; de naar het oordeel van het college voor de inwoner noodzakelijke aanpassingen. 8.. Bij de berekening van de hoogte van de maatwerkvoorziening Jeugdhulp als financiële tegemoetkoming in de kosten van jeugdhulpvervoer als bedoeld in artikel 5.1 onder e. van de verordening betreffende een bijdrage in de kosten voor het gebruik van de eigen auto of kosten voor het gebruik van het openbaar vervoer, baseert het college zich op: de kortst gemeten afstand op basis van routenet.nl of 9292OV van en naar de locatie waar de jeugdhulp geboden wordt; de vervoersbeweging van de jeugdige, indien van toepassing met zijn begeleider; de naar het oordeel van het college noodzakelijke frequentie dat de jeugdige vervoerd moet worden; een bedrag per km voor het gebruik van de auto afgeleid van de Reisregeling Binnenland of de kosten van het gebruik van het openbaar vervoer die door de Reisinformatiegroep bv beschikbaar gesteld wordt via 0900-9292, www.9292ov.nl en mobiel.9292ov.nl.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel