Naar hoofdinhoud
1. Voor uittreding is een daartoe strekkend besluit van het college van de uittredende gemeente vereist, welk besluit eerst genomen kan worden na verkregen toestemming van zijn gemeenteraad. Uittreding geschiedt uitsluitend met ingang van 1 januari van enig kalenderjaar, voor het eerst per 1 januari 2025. 2. Een voornemen tot uittreding van een gemeente wordt door het college van de betreffende gemeente (minimaal) één jaar van tevoren schriftelijk kenbaar gemaakt aan de colleges van de Gemeenten-deelnemers. 3. De financiële gevolgen van uittreding - inclusief de kosten van de betrokken ambtenaren en werknemers van Vixia B.V. welke in verhouding staan tot de voor de uittredende gemeente op grond van deze Centrumregeling uit te voeren taken en te leveren diensten zoals uitgewerkt in de DVO en een eventuele specifieke DVO - komen voor rekening van de uittredende Deelnemende gemeente. 4. Voor de vaststelling van de financiële gevolgen zoals bedoeld in lid 3, wordt voorafgaande aan de uittreding door de Gemeenten-deelnemers getracht te komen tot een gezamenlijk afwikkelingsvoorstel. Indien de Gemeenten-deelnemers daarin niet slagen wordt een bindend advies gevraagd aan een onafhankelijke externe deskundige. De deskundigenkosten zijn voor rekening van de uittredende gemeente. 5. De colleges van de Gemeenten-deelnemers dragen zorg voor mutatie in hun register van gemeenschappelijke regelingen als gevolg van de uittreding.

Rechtspraak bij dit artikel