1. De Centrumregeling wordt opgeheven bij besluit van de meerderheid van Gemeenten-deelnemers onder wie in ieder geval de Centrumgemeente, zulks na verkregen voorafgaande toestemming van de gemeenteraad. Opheffing geschiedt uitsluitend met ingang van 1 januari van enig kalenderjaar,
2. Een voornemen om te besluiten tot opheffing wordt door het college van de betreffende gemeente (minimaal) één jaar van tevoren schriftelijk kenbaar gemaakt aan de colleges van de Gemeenten-deelnemers.
3. Ingeval van opheffing van de regeling regelt de Centrumgemeente de financiële gevolgen in een liquidatieplan. Hierbij worden de bepalingen van deze regeling in acht genomen.
4. Het liquidatieplan wordt vastgesteld nadat de meerderheid van de colleges van de Gemeenten-deelnemers onder wie in ieder geval de Centrumgemeente, daarmee heeft ingestemd.
5. Het liquidatieplan voorziet tenminste in de financiële en personele consequenties voor de Gemeenten-deelnemers. Ook de gevolgen voor de archivering worden geregeld.
6. De colleges van de Gemeenten-deelnemers dragen zorg voor mutatie in hun register van gemeenschappelijke regelingen als gevolg van de opheffing.
Hoofdstuk 6 Slotbepalingen