1. Toetreding tot de regeling door andere gemeenten vindt plaats op voorstel van het algemeen bestuur en met instemming van de gemeentebesturen van de reeds aan de regeling deelnemende gemeenten.
2. Het gemeentebestuur van een gemeente kan besluiten uit de regeling te treden per 1 januari van een kalenderjaar, met inachtneming van een opzegtermijn van drie jaren.
3. Het algemeen bestuur regelt de financiële alsmede de overige gevolgen van zowel een eventuele toetreding als uittreding. De financiële afrekening bij uittreding tussen de gemeenten vindt plaats met als uitgangspunt een verdeelsleutel welke is gebaseerd op het gemiddeld aantal Fte's ingevuld door Wsw-werknemers per gemeente. Een en ander wordt gemeten over een referentieperiode van vijf jaren voorafgaand aan de datum van het besluit van uittreding van de desbetreffende gemeente.
Artikel 31
Toetreding en uittreding
Onderdeel van GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING PARTICIPATIEBEDRIJF Wsw