**1..** Het college besluit ambtshalve tot kwijtschelding indien de belanghebbende:
Gedurende 60 maanden zijn aflossingsverplichting voor de teruggevorderde bijstand onafgebroken en naar draagkracht is nagekomen; bij onderbreking van het terugbetalingsgedrag kan de periode met 36 maanden worden verlengd.
Gedurende een periode van 24 maanden niet of zeer onregelmatig heeft afgelost op een vordering en de nog openstaande vorderingen minder bedragen dan € 150,00;
Gedurende 60 maanden geen aflossingen aan een niet-verwijtbare vordering heeft gedaan en het niet aannemelijk is dat hij deze op enig moment alsnog gaat verrichten.
De in onderdeel c genoemde termijn bedraagt 120 maanden indien sprake is van een verwijtbare vordering wegens het niet of niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenplicht.
Er geen sprake is van vermogen waarmee de vordering geheel of gedeeltelijk kan worden voldaan.
Ingeval artikel 13 Bbz 2004 bij de toekenning van toepassing was bedraagt de terugbetalingsperiode maximaal 10 jaar na beëindiging van de uitkering op grond van het Bbz 2004. Deze termijn kan na schriftelijk verzoek met maximaal 3 jaar worden verlengd. Na het voldoen aan de afgesproken aflossingsbedragen kan het restant worden kwijtgescholden.
** 2. .** Het college gaat niet over tot kwijtschelding als er sprake is van dwanginvordering.
Hoofdstuk
Artikel 10.