Naar hoofdinhoud
1.. Indien belanghebbende een uitkering van het college ontvangt, wordt de hoogte van de maandelijkse aflossingstermijn vastgesteld op 5% van de toepasselijke bijstandsnorm inclusief vakantietoeslag en vindt verrekening plaats met de maandelijks verleende bijstand of uitkering op grond van artikel 60, derde lid, Participatiewet of artikel 28, derde lid, IOAW of IOAZ. 2.. In afwijking van het eerste lid kan een lagere beslagvrije voet doch minimaal 90% van de toepasselijke bijstandsnorm worden gehanteerd als er naast de verrekening ook beslag is gelegd op de uitkering en de beslagleggende partij een lagere beslagvrije voet hanteert. 3.. Indien de uitkering later alsnog wordt beëindigd en de vordering nog niet is afgelost, is artikel 6 van toepassing. 4.. Het eerste lid laat onverlet de bevoegdheid om in voorkomende gevallen conservatoir beslag te leggen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel