1.. Bij het vaststellen van de hoogte van de tegemoetkoming als bedoeld in artikel 4.10 van de verordening voor:

  • - verhuis- en inrichtingskosten geldt een forfaitair bedrag;
  • - het gebruik van eigen auto kan het college in ieder geval rekening houden met: een samenvallende vervoersbehoefte, een beperkte vervoersbehoefte of andere aanwezige vervoersvoorzieningen;
  • - een woningsanering komen slechts niet afgeschreven raambekleding en vloerbedekking voor een tegemoetkoming meerkosten in aanmerking;
  • - de aanschaf van een sportvoorziening als bedoeld in artikel 7.1 van de verordening geldt een gemaximeerd bedrag dat wordt afgestemd op de soort voorziening;
  • - huurderving wordt afgestemd op de hoogte van de huurtoeslag van de betreffende woning.